Berekeningen met stroming

Theorie

Oefenvragen

Lid worden Vaarbewijs Filmpjes

Hoe hou je bij een koers rekening met de stroming?

In dit Vaarbewijs Filmpje leer je hoe je berekeningen met stroming kan doen, waarbij je compenseert voor de stroming. De stroming is hierbij gegeven in sterkte en richting. Stroming heeft zowel invloed op de koers die je vaart als op de snelheid die je vaart.

Getijdenstroming

In Nederland heb je op zee, in Zeeland en de Waddenzee te maken met stroming veroorzaakt door getijden. Meer over getijden leer je in dit Vaarbewijs Filmpje. Het stijgen en dalen van het water veroorzaakt een horizontale stroming.

Deze stroming is op ieder moment in de tijd weer net wat anders. De richting en stroming op ieder moment is te vinden in de HP33 stroomkaarten van de Hydrografische Dienst. Op het Vaarbewijs 2 Examen wordt de kaart van de Waddenzee gebruikt voor de berekeningen met stroming. Deze kaart is te downloaden op de Vaarbewijs Filmpjes pagina over waterkaarten.

De koersformule

In het Vaarbewijs Filmpje over de koersformule heb je geleerd hoe je kan omrekenen van de grondkoers naar de kompaskoers. Grondkoers en kompaskoers zijn de twee koersen wat je in de praktijk echt iets aan hebt. De kompaskoers kan je aflezen op je kompas en de grondkoers is de koers die je echt vaart op de kaart en die wordt aangegeven door je GPS. De afwijking tussen de grondkoers en de kompaskoers wordt veroorzaakt door de deviatie, de variatie, de drift en de stroming.

De koersformule gebruiken met stroming

Je rekent om van Grondkoers (GK) naar Behouden Ware Koers (BWK) of andersom. Dit doe je door het tekenen van vectoren op de waterkaart. Meer informatie over de waterkaart leer je in dit Vaarbewijs Filmpje.

De afwijking door de stroming werd hierbij steeds gegeven in het Vaarbewijs Filmpje over de kompaskoers en de grondkoers. In deze video ga je leren hoe je met behulp van een vectorconstructie, zelf de afwijking bepaalt. Deze afwijking is namelijk afhankelijk van de koers en de snelheid van de boot en de richting en de sterkte van de stroming.

Je rekent om van Grondkoers (GK) naar Behouden Ware Koers (BWK) of andersom. Dit doe je door het tekenen van vectoren op de waterkaart. Meer informatie over de waterkaart leer je in dit Vaarbewijs Filmpje.

zeilen met stroming vaarbewijs 2

Rekenen met Vectoren

Een vector is een pijl die je kan intekenen in de kaart. De pijl heeft een richting en de lengte van de pijl geeft een grootte aan. In ons geval is de grootte de snelheid in knopen (Mijl per uur). Dus als je bijvoorbeeld naar het noorden vaart met 3 knopen, dan teken je een pijl recht omhoog en de lengte is de 3 mijl die je op de staande rand van de kaart afmeet.

Let op: bij de meeste examenvragen waar de tijd een rol speelt gaat het om “vaar 1 uur”, dus dan kan je een pijl met een lengte van 3 mijl intekenen. Mocht je een vaartijd van 1,5 uur hebben met 3 knopen, dan leg je dus een afstand af van 4,5 mijl en heeft de vector een lengte van 4,5 mijl.

Ook stroming heeft een richting en een snelheid en kan je intekenen in de kaart. Het leuke van vectoren is dat je ze bijelkaar kan optellen om te achterhalen wat je resulterende snelheid en richting is. Dit noemen we ook wel een “constructie” en hiervan gaan we gebruik maken voor de berekening met stroming.

Meer lezen?

Veel gestelde vragen

Wat is een getijde?

Het getijde is de periodieke wisseling van de waterstand, en de daarmee samenhangende getijstromen.

Hoe vaak is het eb en vloed?

Per dag is het twee keer ongeveer zes uur vloed en twee keer ongeveer 6 uur eb.

Waardoor ontstaan eb en vloed?

Eb en vloed ontstaan door door de aantrekkingskracht van de maan en in mindere mate van de zon op het water op de aarde.