Op het vaarbewijsexamen worden altijd een paar vragen gesteld over definities die in het BPR staan. Leer onderstaande lijst goed uit je hoofd.

Rompvormen
De rompvorm, of spantvorm, bepaalt grotendeels het vaargedrag en de geschiktheid voor verschillende watercondities:
- Knikspant: Rechthoekige planken met hoeken verbonden; eenvoudige bouw, geschikt voor rustig water. Voorbeeld: Optimist.
- Multiknikspant: Meerdere rechte planken voor een iets rondere vorm.
- Rondspant: Vloeiende, ronde vorm zonder hoeken; beter bestand tegen golfslag.
- S-spant: Romp loopt vloeiend over in vaste kiel; veel moderne boten gebruiken deze vorm.
Binnenvaart Politiereglement (BPR)
Het BPR onderscheidt grote en kleine schepen en bepaalt belangrijke vaarregels:
- Groot schip: 20 meter of langer.
- Klein schip: kleiner dan 20 meter (roeiboten, kano’s, jetski’s, etc.).
Belangrijke definities uit het BPR
- Schip: Elk vaartuig geschikt voor vervoer over water, inclusief hovercrafts en watervliegtuigen.
- Motorschip: Schip aangedreven door mechanische middelen.
- Zeilschip: Schip uitsluitend voortbewogen door zeilen.
- Zeilplank/surfplank: Klein zeilschip met vrij bewegende zeiltuigage.
- Zeegaand schip: Groot schip van of naar zee.
- Bovenmaats schip: Door lengte of diepgang beperkt manoeuvreerbaar schip.
Bijzondere schepen (zijn altijd ‘groot schip’)
- Passagiersschip: Vervoert meer dan 12 passagiers.
- Vissersschip: Beperkt manoeuvreerbaar door visactiviteiten.
- Veerpont: Onderhoudt veerdienst over vaarweg.
- Sleepboot: Groot schip indien het een groot schip sleept, anders klein schip.
- Duwboot: Deel van duwstel, telt alleen als groot schip tijdens duwen.
- Duwbak: Specifiek geschikt voor duwen door duwboot.
- Drijvend werktuig: Uitgerust met werktuigen voor gebruik op vaarwegen.
- Gekoppeld samenstel: Zij-aan-zij gekoppelde schepen zonder schip voor het motorschip.
Snelle schepen
- Snelle motorboot: Klein schip dat sneller kan dan 20 km/h.
- Snel schip: Groot schip dat sneller kan dan 40 km/h.
- Waterscooter/Jetski: Altijd snelle boot, vaarbewijs vereist.
Overige belangrijke definities
- Varend: Niet aan anker, gemeerd of vastgelopen.
- Stilliggend: Aan anker of gemeerd.
- Spudpaal: Verticale verankeringspaal.
- Vaarweg: Openbare waterweg voor schepen.
- Vaarwater: Feitelijk bruikbaar deel van vaarweg.
- Uitluisteren: Marifooncommunicatie volgen en reageren.
Interesse in meer gedetailleerde uitleg en voorbereiding op het Klein Vaarbewijs-examen? Ontdek onze online vaarbewijs 1 cursus en haal gegarandeerd eenvoudig je vaarbewijs!
Ook in één keer je Vaarbewijs 1 halen? Start nu direct!
Meer lezen?
Veel gestelde vragen
Een snelle boot is een snelle motorboot die korter is dan 20 meter en sneller kan varen dan 20 kilometer per uur. Hieronder vallen ook waterscooters.
Een snel schip is een groot schip (>20m) dat sneller kan varen dan 40 km/uur. Een snel schip is herkenbaar aan 2 gele, snelle flikkerlichten boven elkaar.
Ja, waterscooters vallen onder het begrip ‘snelle motorboten’. Een snelle motorboot is een klein schip, korter dan 20 meter, dat sneller kan varen dan 20 kilometer per uur. Een waterscooter en jetski en zijn vaarbewijsplichtige schepen.
Nee, een duwboot hoeft niet daadwerkelijk te duwen om als duwboot te worden aangemerkt. Ze moeten alleen als duwboot zijn ontworpen.
Ja, een sleepboot moet daadwerkelijk aan het werk zijn als sleepboot. Anders is het een gewone motorboot. Een sleepboot moet alleen nog een certificaat hebben als deze bedoeld is een ander groot vaartuig te slepen of daarvoor worden gebruikt. Een sleepboot dat als pleziervaartuig gebruikt wordt en dus een klein schip sleept is volgens artikel 6C geen sleepboot en hoeft dus niet aan de certificeringsregels voor een sleepboot te voldoen.
Ja, een vissersboot moet daadwerkelijk aan het werk zijn als vissersboot. Anders is het een gewone motorboot.
Een boot is een passagiersboot als deze is ingericht om meer dan 12 personen te vervoeren.
Een waterscooter en een jetski zijn voor de wet gelijk, maar er is wel een degelijk verschil. Een waterscooter bestuur je zittend, terwijl jetski’s ook staand zijn te besturen. Beide vallen onder de definitie van een snelle motorboot.
Een snel schip is een groot schip (>20m) dat sneller kan varen dan 40 km/uur. Een snelle boot is een snelle motorboot (<20m) die sneller kan dan 20 km/uur.
Ja, een kano is volgens het BPR een klein schip.
Een zeilschip is volgens het BPR een schip dat uitsluitend door middel van zijn zeilen wordt voortbewogen. Het is ontworpen en uitgerust om door middel van windkracht te worden voortbewogen.
Ja, een zeilplank is een klein zeilschip . Het is voorzien van een vrij bewegende zeiltuigage die is gemonteerd op een in alle richtingen draaibare mastvoet en die tijdens het zeilen niet in een vaste positie wordt ondersteund.
De rompvorm bepaalt hoe een boot vaart en voor welk soort water deze geschikt is. Sommige vormen zijn stabieler in golven, andere zijn eenvoudiger te bouwen of beter wendbaar.
Een schip is een groot schip als het 20 meter of langer is. Alles daaronder is een klein schip (zoals roeiboten, jetski’s, kano’s).
Schip: Elk vaartuig dat geschikt is voor vervoer over water (ook hovercrafts en watervliegtuigen).
Motorschip: Een schip dat wordt voortgestuwd met mechanische middelen (motor).
– Passagiersschepen (meer dan 12 passagiers)
– Vissersschepen (door visactiviteiten beperkt manoeuvreerbaar)
– Veerponten
– Sleepboten (alleen als ze een groot schip slepen)
– Duwboten (alleen tijdens duwen van duwbakken)
– Drijvende werktuigen (zoals kranen)
– Gekoppelde samenstellen (naast elkaar, zonder schip voorop)
Snelle motorboot: Klein schip > 20 km/h
Snel schip: Groot schip > 40 km/h
Varend: Niet gemeerd, niet voor anker, niet vastgelopen (ook als je geen voortstuwing gebruikt).
Stilliggend: Wel gemeerd of voor anker.
Een spudpaal is een verticale verankeringspaal die vanaf een schip in de bodem wordt gezet om tijdelijk op één plek te blijven liggen.
Vaarweg: De volledige waterweg die openbaar toegankelijk is.
Vaarwater: Het deel van de vaarweg dat je daadwerkelijk kunt bevaren (diep genoeg, breed genoeg).
Uitluisteren betekent actief luisteren op een marifoonkanaal én direct reageren wanneer communicatie vereist is.