Op getijdenwateren zoals de Waddenzee is het zeer aan te raden om bij het plannen van je vaartocht rekening te houden met het getij. De waterstand kan per dag meters verschillen, wat direct invloed heeft op de bevaarbaarheid van vaargeulen. Zonder inzicht in het getij loop je het risico vast te lopen of tegen sterke stroming in te varen.

Wat veroorzaakt het getij?
Aantrekkingskracht van maan en zon: De maan (en in mindere mate de zon) trekt aan het water op aarde, wat zorgt voor:
- 2x per dag hoogwater en 2x laagwater
- Getijdestroming die iedere 6 uur van richting verandert
Belangrijke begrippen en fenomenen
- Springtij: Groot verschil tussen hoog- en laagwater. Treedt 2 dagen na volle maan of nieuwe maan op.
- Doodtij: Klein verschil tussen hoog- en laagwater. Treedt 2 dagen na eerste kwartier of laatste kwartier van de maan op.
- Verval: Het hoogteverschil tussen hoog- en laagwater.
- Rijzing: De actuele waterhoogte boven het reductievlak LAT.
- LAT (Lowest Astronomical Tide): Het theoretisch laagst mogelijke waterpeil, gebruikt als referentie op zeekaarten.
- LLWS (voorheen gebruikt): Gemiddeld laagste laagwater bij springtij over de afgelopen 5 jaar.
1/12de-regel – schatten van tussenliggende waterstanden
De 1/12de-regel is een eenvoudige methode om tussen hoog- en laagwater (en omgekeerd) de waterstand in te schatten. Hierbij wordt aangenomen dat het verval ongelijkmatig verdeeld is over 6 uur:
| Uur sinds LW of HW | Waterstand tov verval |
|---|---|
| +1 uur | 1/12 |
| +2 uur | 3/12 |
| +3 uur | 6/12 |
| +4 uur | 9/12 |
| +5 uur | 11/12 |
| +6 uur | 12/12 (einde verval) |
Let op: dit geldt per volle uur – niet per kwartier of halfuur.
Praktische hulpmiddelen voor getijberekening
- HP33 Stroomatlas: Geeft waterstanden (t.o.v. LAT) en stromingsrichting met snelheid in knopen.
- Getijtafels (zoals in ANWB Wateralmanak 2): Tonen hoog- en laagwater t.o.v. NAP.
- Stroompijlen: Richting en snelheid van stroming per tijdsblok zichtbaar in kaarten.
Belang in de praktijk
- Waterdiepte en droogvallers: Sommige delen vallen bij laagwater droog.
- Stroming: Eb- en vloedstroming beïnvloeden je grondsnelheid – slim plannen geeft voordeel.
- Wind: Wordt bij het examen buiten beschouwing gelaten, maar in werkelijkheid zorgt aanlandige wind voor hogere waterstanden.
Wil je écht goed en veilig leren omgaan met getijden, gedetailleerd routes plannen en ontspannen varen, ook in uitdagende omstandigheden? Investeer dan in de volledige vaarbewijs 2 cursus, een waardevolle basis voor optimaal vaarplezier!
Ook in één keer je Vaarbewijs 2 halen? Start nu direct!
Meer lezen?
Veel gestelde vragen
Het getij ontstaat door de zwaartekracht van de maan (en in mindere mate van de zon) die aan het water op aarde trekt. Dit veroorzaakt:
– 2x per dag hoogwater
– 2x per dag laagwater
– Getijdestroming die ongeveer elke 6 uur van richting verandert
Springtij is het moment waarop het verschil tussen hoog- en laagwater het grootst is.
Treedt op 2 dagen na nieuwe of volle maan.
Doodtij is wanneer het verschil tussen hoog- en laagwater het kleinst is.
Treedt op 2 dagen na het eerste of laatste kwartier van de maan.
Verval is het hoogteverschil tussen hoogwater en laagwater op een bepaalde locatie.
Rijzing is de actuele waterhoogte boven het reductievlak LAT (Lowest Astronomical Tide).
LAT (Lowest Astronomical Tide) is het theoretisch laagst mogelijke waterpeil, gebruikt als referentie op zeekaarten om veilige dieptes aan te geven.
LLWS stond voor het gemiddeld laagste laagwater bij springtij over de laatste 5 jaar. Dit werd vroeger gebruikt, maar is inmiddels vervangen door LAT.
– HP33 Stroomatlas: waterstanden (t.o.v. LAT), stromingsrichting en snelheid in knopen
– ANWB Wateralmanak 2 – Getijtafels: tonen tijden van hoog- en laagwater t.o.v. NAP
– Stroompijlen in kaarten: geven richting en snelheid per tijdsblok
– Sommige gebieden vallen droog bij laagwater (zoals droogvallers op de Wadden).
– Stroming beïnvloedt je grondsnelheid: met stroom mee vaar je sneller.
– Slim plannen voorkomt vertraging of aanvaringen.
Ja, in werkelijkheid kan aanlandige wind (wind richting de kust) zorgen voor hogere waterstanden