Navigatieverlichting en dagmerken zijn er om op het water veilig te kunnen varen, vooral bij schemer of in het donker. Ze geven aan wat voor type schip je voor je hebt en vanaf welke kant je het ziet. Door deze kenmerken kan je op het juiste moment, de juiste beslissing nemen over koers en voorrang.

Basisprincipes van navigatieverlichting
Navigatieverlichting is niet bedoeld om beter te zien, maar om zichtbaar te zijn en herkenbaar te maken wat voor schip je bent.
- Verlichting is verplicht tussen zonsondergang en zonsopkomst, en bij slecht zicht overdag.
- Dagmerken (zoals zwarte bollen, ruiten of kegels) gebruik je overdag.
- Een zeilboot die ook op motor vaart geldt als motorboot (ook qua verlichting en dagmerken).
Standaard basisverlichting
Deze combinatie zie je op de meeste motor- en zeilschepen:
- Groen boordlicht aan stuurboordzijde (zichtbaar over 112,5°)
- Rood boordlicht aan bakboordzijde (112,5°)
- Toplicht (wit) aan de voorkant (225°)
- Heklicht (wit) aan de achterkant (135°)
Ezelsbruggetje GRAS: Groen Rechts Aan Stuurboord
Je herkent de positie van het schip aan de combinatie van de zichtbare lichten:
- Voorzijde: rood + groen + toplicht
- Zijkant: één boordlicht + toplicht
- Achterzijde: alleen heklicht
Navigatielicht = constant aan
Betonningslicht = knipperend
Kleine boten
Tot 7 meter (langzaam varend)
- Één wit rondomschijnend licht.
- Extra wit licht (bijvoorbeeld zaklamp) als extra waarschuwing mogelijk vereist.
Kleine motorboten (tot 20 meter)
- Optie 1: volledige standaardverlichting.
- Optie 2: samengevoegd boordlicht op de boeg + standaard heklicht + toplicht minstens 1 meter hoger.
- Optie 3: samengevoegde boordlichten + gecombineerde hek-/toplicht (wit rondomschijnend).
Kleine zeilboten
Zelfde opties als bij kleine motorboten, behalve:
- Zeilboten voeren geen toplicht, tenzij ze op de motor varen.
- Optie 4: rood + groen boordlicht + heklicht gecombineerd in één rondomschijnend licht hoog in de mast.
Dagmerken voor zeilboten met motor
- Zwarte kegel met punt naar beneden (alleen bij zeil + motor).
- Geen dagmerk als de motor alleen draait zonder zeilen.
Groot schip (vanaf 20 meter)
Groot motorschip
- Standaardverlichting + eventueel tweede toplicht (achter en hoger).
Groot zeilschip
- Basisverlichting (zonder toplicht) + extra licht: rondomschijnend rood boven groen in de mast.
Passagiersschip (<20m met >12 personen)
- Gele ruit als dagmerk.
- Verlichting van groot motorschip of grote zeilboot, afhankelijk van type.
Speciale vaartuigen
Snelle schepen
- Basisverlichting + 2 gele snel flikkerende lichten.
Werkvaartuigen
- Basisverlichting + geel flikkerlicht (optioneel).
Hulpdiensten (Politie/Brandweer/Redding)
- Basisverlichting + blauw snel flikkerlicht (optioneel).
Veerponten
- Niet vrijvarend: groen + wit rondomschijnend toplicht (geen basisverlichting).
- Wel vrijvarend: basisverlichting + groen + wit rondomschijnend toplicht i.p.v. standaard toplicht.
Vissersschepen
- Basisverlichting + groen/wit rondomschijnend toplicht.
- Overdag: zwarte diabolo.
- Lijkt qua verlichting op vrijvarende veerpont.
Sleepboten en slepen
In de kiellinie (achter elkaar)
- Sleepboot: basisverlichting + 2 toplichten + geel heklicht.
- Gesleepte schepen: wit rondomschijnend licht.
- Laatste schip: wit heklicht.
Niet in kiellinie (schuin)
- 3 toplichten + geel heklicht.
Klein slepend schip
- Basisverlichting.
- Gesleepte boot: wit rondomschijnend licht.
Duwstellen
- <110m lang & <12m breed: verlichting als groot motorschip.
- Anders:
- 3 heklichten horizontaal op de duwboot.
- Voorste duwbak: 3 toplichten in een driehoek.
- Boordlichten: op de buitenste duwbakken.
Gekoppeld samenstel
- Beide schepen tonen basisverlichting.
- Binnenste boordlichten worden uitgelaten.
Beperkt manoeuvreerbare schepen
- Extra toplicht: rood-wit-rood.
- Zijkant met 2 groene lichten: je mag passeren.
- Zijkant met 2 rode lichten: je mag niet passeren.
- Onmanoeuvreerbaar schip: 2 rode rondomschijnende lichten boven elkaar.
Stilliggende werktuigen
- Geen standaardverlichting.
- Zijkant met:
- 2 groene lichten = langsvaren toegestaan.
- 1 rood licht = niet langsvaren.
- Rood boven wit = rustig passeren.
Gevaarlijke stoffen
- 1, 2 of 3 blauwe rondomschijnende lichten (meer = gevaarlijker).
- Dagmerk: blauwe kegel(s).
- Afmeerafstand:
- 1 lamp: 10 meter
- 2 lampen: 50 meter
- 3 lampen: 100 meter
Duikers
- Bord met wit-blauw kruis.
- Houd ruime afstand i.v.m. onderwateractiviteit.
Belangrijk voor je examen!
Op het examen moet je verlichting herkennen en benoemen vanaf een afbeelding. Zorg dat je visueel vertrouwd raakt met deze verlichting! In de cursus van Vaarbewijs Filmpjes zitten veel interactieve oefenopgaven. Wil je écht alle ins en outs kennen van verlichting en voorrangsregels op het water? De volledige vaarbewijs 1 cursus biedt je een compleet overzicht en is jouw sleutel tot zelfverzekerd en veilig vaarplezier!
Ook in één keer je Vaarbewijs 1 halen? Start nu direct!
Meer lezen?
Veel gestelde vragen
De boordlichten van een schip zijn de navigatielichten die aan de zijkanten van het schip zijn geplaatst. Aan bakboord (de linkerkant van het schip) is het licht rood en aan stuurboord (de rechterkant van het schip) is het licht groen. Een motorschip voert dezelfde verlichting met daarbij een extra wit licht, het ‘toplicht’, ook wel ‘stoomlicht’ genoemd. Ook voor een zeilschip geldt: motor aan, toplicht aan.
Een toplicht is een naar voren schijnend wit licht op een boot.
Een heklicht is een naar achteren schijnend wit licht op een boot.
Een toplicht is alleen voor motorboten verplicht. Maar als een zeilboot (ook) op motor vaart telt hij als een motorboot en is een toplicht verplicht.
Naast de boordlichten (rood aan bakboord en groen aan stuurboord) heeft een schip ook andere navigatielichten. Overeenkomstig het Binnenvaartpolitiereglement bestaan de navigatielichten doorgaans uit: Toplicht: een mastlamp met de kleur wit, schijnend van recht vooruit tot 22,5 graden naar achter aan beide zijden; grote schepen voeren vaak een extra toplicht achter op het schip; Heklicht: een wit licht aan of bij het hek (achterschip) schijnend van recht achteruit tot 67,5 graden; dit dekt dus de hoek af die de andere lampen niet dekken.
Een ankerlicht is een rondomschijnend wit licht ten teken dat een schip voor anker ligt.
Het is wettelijk verplicht om tussen zonsondergang en zonsopgang navigatieverlichting te voeren. Ook overdag met slecht zicht (door mist, regen of ander slecht weer) ben je genoodzaakt om de juiste navigatieverlichting te gebruiken.
Navigatielichten zijn belangrijk omdat ze de zichtbaarheid van het schip verhogen en het risico op aanvaringen verminderen. Daarnaast helpen ze om te bepalen welke richting het schip opvaart. Aan de navigatieverlichting is tevens het type schip te herkennen, wat in verband met de voorrangsregels erg belangrijk is.
Als je een schip van recht opzij ziet, zal je één boordlicht en het toplicht zien. Als je een schip recht van achteren ziet, zie je alleen het heklicht. De hoek waaronder de navigatielichten zichtbaar zijn overlappen een klein beetje. Aan de optische tekens (=zichtbare tekens) kan je herkennen wat voor soort schip er verderop vaart. Elk schip heeft zijn eigen soort navigatieverlichting. De navigatieverlichting van een zeilschip is weer anders dan de navigatieverlichting van een motorschip.
Navigatielicht: constant licht, altijd aan
Betonningslicht: knipperlicht, bedoeld voor herkenning van boeien