Verschil tussen voorrang en medewerking

Wat is het verschil tussen voorrang hebben en medewerking moeten verlenen?

Het BRP maakt onderscheid tussen ‘voorrang moeten verlenen’ en het ‘medewerking van een ander schip mogen verlangen’. In dit artikel leggen we de verschillen uit, het is één van de lastigste dingen voor je Vaarbewijs 1.

Goed Zeemanschap

Boven alles geldt de regel van ‘goed zeemanschap’. Dit klinkt wat vaag, maar het betekent dat je eigenlijk alles doet wat je redelijkerwijs kan doen om een aanvaring te voorkomen. Je gaat dus niet expres een aanvaring veroorzaken, omdat je voorrang hebt. Je weet immers ook niet wat er aan de hand is met het schip dat voorrang moet verlenen. Het kan best zijn dat de schipper van het andere schip je echt niet ziet, maar er kan ook een calamiteit met het schip aan de hand zijn. Misschien is de schipper flauw gevallen of is het roer defect geraakt.

Daarnaast zijn er allerlei gevallen denkbaar die niet in het BPR en bij de voorrangsregels beschreven staan en waarbij je gewoon je gezonde verstand moet gebruiken. Meer over de voorrangsregels in het BPR leer je in dit Vaarbewijs Filmpje.

Beschrijving in het BPR

In het BPR staat het als volgt vermeld. De schipper moet, ook bij ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften in het BPR reglement, alle voorzorgsmaatregelen nemen die volgens goede zeemanschap of door de omstandigheden waarin het schip of het samenstel zich bevindt zijn geboden, teneinde met name te voorkomen dat:

  • Het leven van personen in gevaar wordt gebracht
  • Schade wordt veroorzaakt aan andere schepen of aan drijvende voorwerpen, dan wel aan oevers of aan werken en inrichtingen van welke aard ook die zich in de vaarweg of op de oevers daarvan bevinden
  • De veiligheid of het vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar wordt gebracht.

De schipper moet in het belang van de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart, voorzover dit door de bijzondere omstandigheden waarin het schip of het samenstel zich bevindt is geboden, volgens goede zeemanschap afwijken van de bepalingen van het BPR reglement.

Voorrang verlenen

Laten we eens kijken naar onderstaande situatie.

Voorrang met B9 bord
Hoofdwater – nevenwater voorrang verlenen

Ingeval langs een haven of een nevenvaarwater voor de uitmonding daarvan in het hoofdvaarwater een teken B.9 wordt getoond, een schip dat uit deze haven of dit nevenvaarwater komt voorrang verlenen aan een schip op het hoofdvaarwater. Dus moet klein motorschip Ben vanwege het geplaatste verkeersteken B.9 voorrang verlenen aan klein motorschip Ab. Meer over borden langs het water leer je in dit Vaarbewijs Filmpje.

Voorrang verlenen wordt in het BPR als volgt gedefinieerd: Wanneer een schip voorrang moet verlenen aan een ander schip, moet het door tijdige koerswijziging of door snelheidsverandering aan dat andere schip de ruimte laten die dit nodig heeft om zijn koers te volgen en te manoeuvreren. Het schip dat voorrang moet verlenen aan een ander schip moet daarbij vermijden dat het voor het andere schip overloopt en mag niet verlangen dat het andere schip te zijnen gerieve koers of snelheid wijzigt

Dus Ben moet zorgen dat Ab helemaal geen last van hem heeft. Een duidelijke regel die maar voor één uitleg vatbaar is. De voorrangplichtige (Ben) lost dit alleen op. Het is meteen duidelijk wie eerst mag, namelijk Ab.

Medewerking verlangen

En nu kijken we naar de situatie zonder een geplaatst B.9 bord.

BPR voorrang zonder B9
Hoofdwater – nevenwater medewerking verlenen

Als teken B.9 niet is geplaatst geldt de ‘medewerkingsregel’ In het BPR staat: Een klein schip mag bij het uitvaren van een haven of een nevenvaarwater en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater dan wel bij het invaren van een haven of een nevenvaarwater medewerking verlangen van een klein schip. Dus klein motorschip Dik mag de haven uitvaren en daarbij medewerking verlangen van klein motorschip Cor. Cor moet die medewerking verlenen.

De term ‘medewerking verlangen wordt in het BPR als volgt gedefinieerd:

  • Wanneer een schip bij het uitvoeren van een manoeuvre medewerking van een ander schip mag verlangen, moet het de eigen koers en snelheid zodanig regelen, dat andere schepen niet worden genoodzaakt hun koers of snelheid plotseling en in sterke mate te wijzigen.
  • Wanneer een schip bij het uitvoeren van een manoeuvre medewerking van een ander schip mag verlangen, moet het andere schip voorzover mogelijk door koerswijziging of snelheidsverandering zodanig meewerken, dat deze manoeuvre veilig kan geschieden.

Dus Cor moet meewerken en als de noodzakelijke koerswijziging of snelheidswijziging veroorzaakt door Dik ‘niet
plotseling en niet in sterke mate is’ keurt het BPR dat goed. Dik gaat dan voor. Als Dik de haven uit zou varen en de medewerking die Cor moet geven komt erop neer dat Cor wel plotseling én in sterke mate koers óf snelheid moet wijzigen, dan mag Dik dat niet doen. Cor gaat dan voor. Als er sprake is van een medewerkingsregel moeten beide schepen het samen oplossen. Het is niet meteen duidelijk wie eerst mag.

Vraagstelling bij Vaarbewijs CBR Examen

Tijdens het examen wordt getoetst of de kandidaat weet of er sprake is van een voorrangsregel of van een
medewerkingsregel. Als er sprake is van een voorrangsregel moet de kandidaat weten wie voorrang moet verlenen. Als er sprake is van een medewerkingsregel wordt in het examen niet gevraagd welk schip eerst mag. Dat hangt immers van de omstandigheden af, onderlinge afstand van de schepen, naderingssnelheid, gemakkelijk of moeilijk manoeuvreerbaar ruimte om uit te wijken, ook gelet op andere schepen, wel of geen stromend water, hinderlijke wind etc. Bijvoorbeeld: heeft Cor stroom tegen dan kan Cor gemakkelijk meewerken (door vaart te minderen). Maar vaart Cor vóór de stroom dan moet er sprake zijn van een grote onderlinge afstand wil Dik er nog verantwoord voor langs kunnen. Door het verschil tussen ‘voorrang’ en ‘medewerking’ te kennen, weet de kandidaat dat hij/zij in de praktijk bij ‘medewerking’ extra alert moet zijn.

Lid worden Vaarbewijs Filmpjes

Meer lezen?