Wanneer je op het water vaart, is veiligheid belangrijk. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. In geval van nood ben je als schipper verplicht hulp te bieden aan andere vaartuigen – mits dit je eigen veiligheid niet in gevaar brengt. Daarom is kennis van hulpverlening, slepen en de Man Over Boord (MOB)-procedure onmisbaar voor iedereen die zich voorbereidt op het klein vaarbewijs.

Hulpverlening: verplicht als je kunt helpen
Als je een schip in nood kunt helpen zonder jezelf in gevaar te brengen, ben je volgens de wet verplicht om dit te doen. Dit maakt onderdeel uit van goed zeemanschap.
Slepen van een schip
Er zijn verschillende manieren om een schip veilig te slepen.
Algemene tips bij slepen
- Gebruik flexibele lijnen die schokken opvangen.
- Beleg de lijnen stevig op beide schepen.
- Houd de sleeplijn nooit in je hand vast.
Specifieke sleeptechnieken
- Standaard sleep: Bij zeilboten kan het sleeptouw rond de mast vastgezet worden, maar het moet via de boeg lopen om scheef trekken te voorkomen.
- Lange sleep: Zorg dat beide boten tegelijk op een golf kunnen zitten om spanning te minimaliseren.
- Spruit maken: Een V-vormige lijn tussen bakboord en stuurboord verdeelt de krachten beter.
- Kruislings slepen: Twee diagonale lijnen bieden meer controle bij een onbestuurbaar schip (alleen toepassen bij rustig water).
- Langszij slepen: Bij weinig ruimte (havens, sluizen) wordt de te slepen boot strak tegen de sleper geplaatst, zodat ze samen als één geheel manoeuvreren.
Let op de voorrangsregels bij slepen
- Het gesleepte schip valt onder de regels van de sleper, ook als het een eigen motor heeft.
- Een sleepboot telt als “groot schip” in BPR-gebied als het een groot schip sleept, ook als de sleepboot zelf kleiner is dan 20 meter.
MOB-procedure: Man Over Boord
De MOB-procedure is essentieel examenonderdeel. Volg altijd dezelfde stappen, ongeacht stilstaand of stromend water:
- Waarschuw de drenkeling: Roep dat hij moet blijven zwemmen of watertrappelen.
- Gooi iets drijvends: Idealiter een reddingsboei, anders iets groots dat blijft drijven.
- Markeer je positie: Gebruik de MOB-knop op je GPS voor nauwkeurige locatiebepaling.
- Blijf kijken: Iemand aan boord wijst continu naar de drenkeling.
- Vaar bovenwinds terug: Zo voorkom je dat je over de drenkeling heen vaart.
- Schroef uitschakelen: Zet de motor uit om letsel te voorkomen.
- Drenkeling aan boord halen: Gebruik zwemtrap, plateau of trek hem voorzichtig over de reling.
- Let op onderkoeling: Geef isolatie en droge kleding; roep medische hulp in bij twijfel.
Onze online vaarbewijs 1 cursus bereidt je optimaal voor op het examen. Leer veilig varen, hulp bieden waar nodig en zorg dat je weet wat te doen in noodsituaties.
Ook in één keer je Vaarbewijs 1 halen? Start nu direct!
Meer lezen?
MOB is een afkorting die staat voor “Man Overboard” (man overboord). Het wordt gebruikt om aan te geven dat er iemand overboord is gevallen en dat er een reddingsoperatie moet worden gestart.
Langszij slepen is een manier van slepen waarbij het gesleepte schip langszij het slepende schip wordt vastgemaakt. In principe is dit hetzelfde als afmeren langszij een andere boot, waarna die boot gaat varen. De verschillen zijn dat je bij afmeren de lijnen wat meer ruimte geeft en dat je bij langszij slepen altijd twee springen gebruikt.
Een spruit is een korte lijn die van de bolder aan bakboord naar de bolder aan stuurboord loopt. De sleeplijn wordt in het midden van de spruit vastgemaakt. Daardoor verdeel je de kracht die bij het slepen aanwezig is over twee bolders. Dit kan je zowel op het slepende als op het gesleepte schip uitvoeren.
Ja. Volgens de wet (en het principe van goed zeemanschap) ben je verplicht te helpen als je dat kunt zonder jezelf of anderen in gevaar te brengen.
– Gebruik flexibele lijnen die schokken opvangen.
– Beleg de lijnen stevig op beide schepen.
– Houd de sleeplijn nooit met de hand vast.
Bevestig het sleeptouw eventueel rond de mast, maar zorg dat de lijn via de boeg loopt om scheeftrekken te voorkomen.
Kruislings slepen betekent dat je twee diagonale lijnen gebruikt. Dit geeft meer controle bij het slepen van een onbestuurbaar schip, maar is alleen geschikt bij rustig water.
De sleper is verantwoordelijk. Het gesleepte schip valt onder de regels van de sleper, ook als het een eigen motor heeft.
Als een sleepboot een groot schip sleept, dan geldt hij als groot schip, ook al is de sleepboot zelf korter dan 20 meter.