Sluizen

Het invaren van een sluis met een zeilboot of motorboot kan spannend zijn, vooral voor beginnende schippers. Gelukkig leer je met de juiste voorbereiding hoe je veilig en soepel een sluis passeert. Of je nu daalt of stijgt tijdens het schutten, er zijn een aantal simpele vaarregels én slimme tips die je helpen om dit zonder geklungel te doen.

Screenshot van een e-learningmodule over het gebruik van sluizen in het kader van de vaarbewijsopleiding. Rechtsboven is een animatie te zien van een haven met een sluis, waarin een vrouw in een reddingsboei zwemt naast een motorboot. Linksonder staat een tekstpagina over het correct aanleggen in een sluis, met instructies over het gebruik van de voortros en sliptrios, en een foto van een schip in een sluis met verkeerslicht. Rechtsonder is een quizvraag zichtbaar waarin wordt gevraagd welke schepen als eerste een sluis mogen invaren: grote of kleine schepen (correct antwoord: grote schepen). In het zijmenu staan onderdelen zoals “Video: Sluizen”, “Sluizen (tekst)” en “Toets: Sluizen” met 7 vragen. De module combineert theorie, animatie, fotografie en toetsing om het sluisgebruik veilig en gestructureerd aan te leren.

Wat is schutten?

Schutten is het proces waarbij je met een sluis hoogteverschillen in het water overbrugt. Dit kan variëren van enkele centimeters tot wel enkele meters.

Wachten en invaren

Bij sluizen moet je soms wachten. Je herkent je beurt aan speciale verkeerslichten. Met een marifoon ben je verplicht om het sluiskanaal uit te luisteren (vaak aangegeven met een blauw bord of te vinden in de Wateralmanak 2).

Bij het invaren geldt:

  • Eerst varen grote schepen en beroepsvaart naar binnen.
  • Kleine schepen volgen daarna in volgorde van aankomst.
  • Hang stootwillen aan beide kanten van je schip.
  • Vaar ver genoeg naar voren in de sluis, tenzij anders aangegeven door de sluisoperator.

Let op valwinden

Bij harde zijwind in diepe sluizen kunnen valwinden ontstaan, waardoor je boot onverwacht tegen de wand kan worden geblazen. Wees hier alert op.

Slim en veilig schutten

Controleer vooraf of je stijgt of daalt in de sluis. Dit zie je eenvoudig aan het mos en de vochtige “moet” op de sluismuur:

  • Droge wand: Je gaat omlaag.
  • Natte wand: Je gaat omhoog.

Gebruik altijd minimaal twee sliptrossen, zodat je veilig kunt mee bewegen met het waterniveau. Bij wind van voren: leg eerst je voortros vast. Houd de sliptrossen altijd stevig vast en zorg dat ze op de juiste lengte blijven.

Let op: Tijdens het schutten mag je schroef niet draaien, maar de motor mag wel aanblijven.

Uitvaren van de sluis

Vaar bij openen van de sluisdeuren in dezelfde volgorde uit als waarin je binnenvoer. Haal niet meteen je lijnen binnen vanwege mogelijke stroming en turbulentie veroorzaakt door grotere schepen.

Belangrijk: volg de sluisoperator

Een aanwijzing van een sluisoperator heeft altijd voorrang boven verkeersregels en borden. Altijd opvolgen dus!

Deze samenvatting helpt je al op weg, maar voor een optimale voorbereiding op je vaarbewijs examen en vooral om volledig veilig te kunnen genieten van je vaartrip, is het sterk aan te raden de volledige vaarbewijs 1 cursus aan te schaffen!

Download ook de folder van Varen doe je Samen met tips voor het passeren van bruggen en sluizen.

Ook in één keer je Vaarbewijs 1 halen? Start nu direct!

Meer lezen?

Veel gestelde vragen

Wat betekent schutten in een sluis?

Schutten is het proces waarbij een schip door middel van een schutsluis tussen twee kanaalpanden met verschillend waterniveau wordt verplaatst. Van laag naar hoog heet opschutten, van hoog naar laag heet afschutten.

Wat is een sliptros?

Een sliptros maak je maar aan één kant vast op de boot, nadat hij achter de bolder gaat hou je de andere kant los in de hand.

Mag de motor aan staan in een sluis?

Ja, dat mag, maar de schroef mag tijdens het schutten niet draaien.

Hoe vaar je een sluis in?

Hier zijn enkele tips voor het invaren van een sluis:
1.) Kijk of er in de almanak zinvolle informatie staat over bijv. openingstijden en hoogteverschillen.
2.) Bedenk vooraf of u aan de lage of de hoge wal wilt afmeren.
3.) Hang stootwillen van te voren op.
4.) Beroepsvaart heeft voorrang, tenzij anders door de sluisoperator aangegeven.
5.) Sluis invaren op volgorde van aankomst.
6.) Doorvaren naar voren en goed aansluiten.
7.) Schip zowel voor als achter goed vastzetten met slippende trossen.
8.) Schroef uit.

Hoe weet je wanneer je aan de beurt bent bij een sluis?

Dat zie je aan verkeerslichten bij de sluis. Daarnaast ben je verplicht om via de marifoon het sluiskanaal uit te luisteren (aangegeven met een blauw bord of te vinden in Wateralmanak 2).

Wie mag als eerste invaren bij een sluis?

Eerst gaan grote schepen en beroepsvaart naar binnen. Kleine schepen volgen daarna, in volgorde van aankomst.

Wat zijn valwinden en wanneer moet je daar op letten?

Valwinden zijn plotselinge, sterke zijwinden in diepe sluizen bij harde wind. Ze kunnen je boot onverwacht tegen de sluismuur duwen. Wees alert, vooral bij diepe sluizen en harde wind.

Hoe weet je of je in de sluis omhoog of omlaag gaat?

Droge sluismuur → je gaat omlaag.
Natte, bemoste muur → je gaat omhoog.

Wie heeft het laatste woord in de sluis: verkeersborden of de sluisoperator?

Altijd de sluisoperator. Zijn of haar aanwijzingen gaan altijd boven borden of regels, en moet je opvolgen