De Westerschelde is een uniek vaargebied in Nederland dat direct verbonden is met de open zee. Dit drukbevaren traject richting de haven van Antwerpen is gedeeld Nederlands-Belgisch gebied, en hier gelden bijzondere regels die afwijken van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Voor het vaarbewijs 2 examen is het van belang om de SRW-regels te kennen en te begrijpen hoe je hier veilig vaart.

Wat maakt de Westerschelde bijzonder?
- Internationale zeescheepvaart: Dagelijks varen hier grote zeeschepen, binnenvaartschepen en pleziervaart.
- Sterke getijstroming: Eb en vloed spelen een belangrijke rol en zorgen voor uitdagende omstandigheden.
- Apart reglement (SRW): Het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW) geldt hier, met aanvullende veiligheidsregels.
- Bijzondere regels bij Vlissingen: Extra druk vaargebied met aparte verkeersmaatregelen.
Belangrijke afwijkingen ten opzichte van het BPR
Hoewel de meeste regels gelijk zijn aan het BPR, zijn er een paar belangrijke verschillen op de Westerschelde:
- Kleine schepen: Veerponten, duwbakken en passagiersschepen tellen altijd als klein schip als ze korter dan 20 meter zijn.
- Vissersschepen: Als ze niet beperkt zijn in hun manoeuvreerbaarheid, gelden ze als gewone motorboten.
- Bovenmaatse schepen: Extra grote of diepstekende zeeschepen voeren speciale tekens:
- 3 rode rondomschijnende lichten boven elkaar
- Overdag: één zwarte cilinder
Specifieke SRW regels
Marifoon uitluisteren verplicht
Alle schepen (ook klein) met marifoon aan boord moeten deze verplicht uitluisteren.
Varen in vaargeulen
- Schepen vanaf 12 meter in hoofdvaargeul: motor altijd gebruiksklaar.
- Schepen kleiner dan 12 meter: motor stand-by en minimaal 6 km/h mogelijk.
Radar verplichtingen
- Kleine schepen: radarreflector verplicht, minimaal 4 meter hoog (voor zeilschepen).
- Bij slecht zicht: alleen varen met werkende radar toegestaan.
Ankeren
- Ankerlicht of -bol aan zijde waar anker is uitgebracht.
- Bij grote schepen een tweede, lager ankerlicht verplicht.
- Altijd verplicht wachtlopen tijdens ankeren.
Voorrangsregels
- Kleine schepen blijven buiten vaargeul, indien mogelijk.
- Klein schip wijkt altijd voor groot schip, ook bij engtes.
- Bij bochten zonder stroming heeft het schip met de buitenbocht aan stuurboord voorrang. Bij stroming heeft het schip dat vóór stroom vaart altijd voorrang.
- Grote motorschepen hebben voorrang op grote zeilschepen.
- Snelle schepen wijken altijd voor kleine schepen.
Bijzondere manoeuvres
- Opdraaien: Van stroom mee naar stroom tegen draaien. Geluidssein: lange stoot gevolgd door twee korte.
- Kop voornemen: Van stroom tegen naar stroom mee. Mag alleen als je niemand hindert.
Speciaal voorzorgsgebied Vlissingen
Door extra drukte rondom Vlissingen gelden hier aanvullende regels:
- Heel gebied geldt als hoofdvaargeul.
- Westgaande schepen varen aan noordelijke zijde; oostgaande schepen aan zuidelijke zijde.
- Ankeren is hier verboden.
- Bij een geel schitterlicht vanaf de radartoren komen er schepen binnen via de Sardijngeul; wees hier alert op.
Deze samenvatting geeft je een goed overzicht van de unieke regels voor varen op de Westerschelde. Om met vertrouwen en veilig te varen, is het verstandig om de volledige vaarbewijs 2 cursus te volgen!
Ook in één keer je Vaarbewijs 2 halen? Start nu direct!
Meer lezen?
Veel gestelde vragen
Het SRW staat voor Scheepvaartreglement Westerschelde en geldt op de Westerschelde in Zeeland.
Een bovenmaats zeeschip is een schip dat door zijn diepgang of lengte door de autoriteiten als zodanig is aangemerkt.
Opdraaien is als een schip met de stroom mee vaart en dan zo draait dat hij tegen de stroom gaat in varen.
De kop voornemen betekent dat een schip tegen de stroom invaart en dan zo draait dat hij met de stroom gaat meevaren.
Alle schepen met een marifoon aan boord (dus ook kleine) zijn verplicht om deze uit te luisteren in het SRW-gebied.
– Schepen ≥12 meter: motor moet altijd gebruiksklaar zijn.
– Schepen <12 meter: motor moet stand-by zijn en schip moet minimaal 6 km/h kunnen varen.
– Radarreflector verplicht, op minimaal 4 meter hoogte (vooral bij zeilboten).
– Bij slecht zicht mag je alleen varen als je radar werkt.
– Ankerlicht of -bol tonen aan de zijde waar het anker is uitgegooid.
– Grote schepen: tweede, lager ankerlicht verplicht.
– Wachtlopen is verplicht tijdens ankeren.