Wanneer je vaart, krijg je voornamelijk te maken met het Binnenvaart Politie Reglement (BPR). Toch zijn er belangrijke verschillen met het Rijnvaart Politie Reglement (RPR), vooral omdat op de Rijn en aangrenzende rivieren intensieve beroepsvaart plaatsvindt. Dit zorgt ervoor dat kleine schepen minder rechten hebben in het RPR-gebied.

Bijzondere bepalingen BPR (Binnenvaartpolitiereglement)
Op sommige vaarwegen in het BPR die opgenoemd zijn in bijlages, gelden afwijkende regels. Op het examen wordt hier vaak naar gevraagd.
Bijlage 9 BPR – Slecht zicht
Voor kleine schepen op de genoemde vaarwegen:
- Alleen doorvaren toegestaan met radar.
- Marifoon uitluisteren is verplicht als die aan boord is.
- Geen radar? Zoek zo snel mogelijk een ligplaats, geef elke minuut het mistsein.
Bijlage 15A BPR – Beperkende regels kleine schepen
- Geen laveren toegestaan voor zeilboten.
- Motor verplicht aanwezig: minimaal 6 km/u door het water.
- Verplicht stuurboordswal houden.
Bijlage 15B BPR – Radarreflector verplicht
- Kleine schepen moeten altijd een radarreflector voeren, ook als ze stilliggen.
Waar geldt het RPR?
- Boven- en Neder-Rijn
- Lek
- Waal
- Pannerdensch Kanaal
Belangrijkste verschillen tussen RPR en BPR
Verlichting kleine schepen
- In het RPR-gebied moeten kleine motorboten (<7 m en <13 km/h) boordlichten en een rondomschijnend wit licht voeren. (BPR: één wit licht is voldoende).
- Kleine zeilboten mogen in het RPR-gebied alleen een wit rondomschijnend licht voeren, met mogelijkheid voor tweede licht bij nadering van een ander schip.
Vissersschepen
In het RPR-gebied hebben vissersschepen géén speciale verlichting of rechten (BPR: wel speciaal groen-wit licht).
Snelle schepen
In het RPR-gebied hebben snelle schepen voorrang op kleine schepen (BPR: geen voorrang).
Voorrang bij engtes
Kleine schepen met stroom mee moeten in het RPR-gebied grote schepen voorrang geven (BPR: schip met stroom mee heeft juist voorrang).
Voorrang uit nevenvaarwater
In het RPR-gebied heeft een groot schip uit nevenvaarwater met bord B9 voorrang op een klein schip in hoofdvaarwater (BPR: géén voorrang).
Radar en slecht zicht
In het RPR-gebied mogen kleine schepen bij slecht zicht alleen varen als ze radar en marifoon gebruiken (BPR: mogen doorvaren zonder radar).
Stuurboordswal houden
- In het RPR-gebied geeft stuurboordswal houden géén voorrang op grote schepen (BPR: wel voorrang).
- Ook zijn kleine schepen in het RPR-gebied niet verplicht stuurboordswal te houden als een schip een blauw bord toont.
Leeftijd bestuurder
- In het RPR-gebied is minimumleeftijd 16 jaar voor kleine motorboten (<7 m en <13 km/h). (BPR: vanaf 12 jaar).
- Geen minimumleeftijd voor kleine zeilboten <20 m (BPR: vanaf 16 jaar als >7m).
Tip: Let er bij het vaarbewijs 1 examen goed op of de vraag gaat over het BPR of het RPR gebied.
Deze verschillen moet je kennen voor een veilige en plezierige vaarervaring. Wil je alle regels beheersen, optimaal voorbereid zijn op je examen én straks ontspannen het water op gaan? Volg dan de volledige vaarbewijs 1 cursus en ga goed voorbereid van start!
Ook in één keer je Vaarbewijs 1 halen? Start nu direct!
Meer lezen?
Veel gestelde vragen
Ja, maar dat mag alleen als je gebruik maakt van een radar.
Nee, dit is niet verplicht.
Het Rijnvaartpolitiereglement (RPR) geldt op de grote rivieren die direct vanuit Duitsland Nederland in stromen. Dat zijn de Boven-Rijn, Pannerdensch kanaal, Nederrijn en de Lek.
Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Rijnvaartpolitiereglement (RPR) zijn beide reglementen die de verkeersregels voor de binnenvaart bevatten. Het RPR geldt op de grote rivieren die direct vanuit Duitsland Nederland in stromen, namelijk de Boven-Rijn, Pannerdensch kanaal, Nederrijn en de Lek. De verschillen tussen het BPR en RPR komen voort uit de drukke beroepsvaart in het RPR gebied, waardoor kleine schepen minder rechten hebben dan in het BPR gebied .