Thuishaven » Wolken en luchtsoorten

Wolken en luchtsoorten

Meteorologie, hoe ontstaan wolken?

Dit Vaarbewijs Filmpje bouwt voort op de meteorologie kennis opgedaan bij Vaarbewijs 1. We behandelen nu de verschillende soorten wolken, een trog en warmte- en koudefronten. Ook kijken we naar de kenmerken van verschillende luchtsoorten, zoals arctische lucht, polaire maritieme lucht en tropische lucht.

Lid worden van Vaarbewijs Filmpjes

Luchtdruk

Ook lucht heeft een gewicht en hoe meer lucht je boven je hebt, hoe zwaarder de lucht en dit is de luchtdruk. Op een hoge berg is de luchtdruk lager, omdat je dan minder lucht boven je hebt. Op zeeniveau is de gemiddelde luchtdruk 1013 hPa (HectoPascal). Het apparaat waarmee je de luchtdruk kan meten heet een barometer. De zon zorgt ervoor dat op bepaalde plekken warme lucht gaat opstijgen en hierdoor ontstaan luchtdrukverschillen. De lucht gaat stromen van gebieden met hogedruk naar gebieden met lagedruk, dit heet wind.

Indien de luchtdruk in korte tijd (tussen de 1 en 3 uur) sterk verandert, dan wijst dit meestal op een weersverandering. Hoe dit in de gaten als je op het water zit. Een scherpe daling in de luchtdruk wijst meestal op een snel verslechterende weerssituatie.

Trog

Gebieden met gelijke luchtdruk noemen we isobaren, deze lopen meestal rondom een hogedruk en lagedrukgebied. Hoe dichter de isobaren bijelkaar liggen hoe groter het luchtdrukverschil en hoe harder het waait. Lagedruk gebieden veroorzaken meestal slecht weer. En deze depressies bewegen (op het Noordelijk halfrond) van ZW naar NO.

Aan de achterkant van deze beweging worden de isobaren nog eens extra inelkaar gedrukt, dit heet een trog. In dit gebied is het vaak slecht weer met harde windstoten.

Warmtefronten en koudefronten

In een bepaald gebied heeft lucht bepaalde eigenschappen, zoals de temperatuur. Zo zijn er gebieden waarin de lucht warm is en gebieden waarin de lucht koud is. Deze gebieden verplaatsen zich over het aardoppervlak. Als de warme lucht de koude lucht ontmoet, dan spreken we van een warmtefront. Omdat warme lucht lichter is, glijdt deze over de koude lucht heen. Dit resulteert in langdurige (mot)regen.

Als koude lucht warme lucht ontmoet dan spreken we van een koudefront. Deze zwaardere koude lucht wringt zich onder de warme lucht door. De warme lucht wordt naar boven gedrukt en hierdoor ontstaan (felle) buien.

Lees dit artikel als je meer wil leren over hoe wind ontstaat.

Luchtsoorten

Naast de temperatuur is de luchtvochtigheid een belangrijk kenmerk van de lucht. Als lucht een tijdje boven een bepaald gebied hangt dan neemt het de eigenschappen van dat gebied over. Zo wordt lucht boven zee vochtig en boven land droog. Lucht in warme gebieden wordt warm en in koude gebieden wordt de lucht koud. We onderscheiden een aantal luchtsoorten die je voor je Vaarbewijs 2 Examen moet kennen.

Arctische lucht

  • Afkomstig uit de poolstreken
  • Wind uit O/NO
  • Vorst
  • Blauwe lucht eventueel met stapelwolken

Polaire maritieme lucht

  • Komt uit gebied 50° – 65° Noorderbreedte (dus niet uit de polen)
  • Wind uit NW
  • Vochtige lucht
  • Stapelwolken en wisselvallig weer

Atlantische tropische lucht

  • Komt uit Azoren
  • Warme lucht
  • Vochtige lucht
  • Wind uit ZW

Afrikaanse tropische lucht

  • Komt uit Noord-Afrika/ Sahara
  • Warme lucht
  • Droge lucht
  • Wind uit Z
  • Matig zicht door stof (fijnzand)
  • Sluierbewolking

Continentale tropische lucht

  • Komt uit Rusland/Balkan
  • Warme lucht
  • Droge lucht
  • Wind uit O/ZO
  • Helder weer/Heiig
  • Onweerskans

Soorten wolken

Warme lucht stijgt op en koelt hierbij af. Daardoor condenseert de waterdamp die in de lucht zit tot waterdruppeljes, die zijn zichtbaar als wolken. Deze waterdruppeltjes kunnen doorgroeien en als ze zwaar genoeg zijn vallen ze naar beneden als regen. Als de lucht zeer koud is dan zal de regen vallen als sneeuw of ijzel. Afhankelijk van de hoogte waarop de wolk hangt en uiterlijk van een wolk, spreken we van een aantal wolksoorten met sexy Latijnse namen. Deze moet je kennen op je Vaarbewijs 2 Examen. Kijk voor foto’s van de wolken op deze pagina van het KNMI.

meteorologie wolken en luchtsoorten vaarbewijs 2

Hoge bewolking

  • Cirrus – Windveren bestaande uit ijskristallen. Dit zijn de eerste tekenen van het naderen van een depressie.
  • Cirrostratus – Sluierbewolking
  • Cirrocumulus – (Hoge) Schapenwolken

Middelhoge bewolking

  • Altostratus – (Middelhoge) Sluierbewolking
  • Altocumulus – (Grote) Schapenwolken

Lage bewolking

  • Stratocumulus – (Laaghangende) gelaagde bewolking
  • Stratus – Laaghangende wolken
  • Nimbostratus – Regenwolken

Stapelwolken

Deze spreiden zich uit over meerdere hoogtes.

  • Cumulus – Stapelwolken
  • Cumulonimbus – Regen/Onweerswolk kenmerken zijn hgrote hoge wolk, wot van buiten en grijs/zwart van binnen.

Meteorologie Deel 1

Voor Vaarbewijs 2 heb je ook de theorie nodig van het onderstaande Vaarbewijs 1 filmpje over Meteorologie. Voor je examen moet je de schaalverdeling van Beaufort weten, de windkracht en de bijbehorende Nederlandse vertaling.

Lid worden van Vaarbewijs Filmpjes

Oefenvragen: Wolken en luchtsoorten

In dit filmpje staan oefenvragen over wolken en luchtsoorten die horen bij bovenstaande theorie.

Lid worden van Vaarbewijs Filmpjes

Het weer in Nederland op weer.nl

Op weer.nl vind je het actuele weer in Nederland en veel achtergondinformatie over weersverschijnselen in de wereld. De actuele wind in Nederland zie je op deze pagina.

Meer lezen?