Een goede schipper herkent weersveranderingen op tijd en begrijpt hoe weersverschijnselen zoals wolken ontstaan. Dit zorgt ervoor dat je veilig kunt varen en niet wordt overvallen door plotseling slecht weer.

Luchtdruk en wind
De zon verwarmt lucht, waardoor deze opstijgt. Hierdoor ontstaan luchtdrukverschillen en daardoor wind. Gemiddelde luchtdruk op zeeniveau is 1013 hPa. Als je snel dalende luchtdruk ziet, bereid je dan voor op slechter weer!
Fronten en luchtstromen
Warmtefront (warme lucht schuift over koude lucht heen)
- Motregen, langdurige bewolking.
- Op weerkaarten herkenbaar aan een rode lijn met halve rondjes.
Koufront (koude lucht drukt warme lucht omhoog)
- Felle buien, mogelijk stormachtig weer.
- Op weerkaarten herkenbaar aan een blauwe lijn met driehoekjes.
Verschillende luchtsoorten
Herken verschillende luchtsoorten om het weer te kunnen voorspellen:
- Arctische lucht: koude lucht, wind uit O/NO, helder maar koud weer.
- Polaire maritieme lucht: vochtige lucht, wind uit NW, wisselvallig weer.
- Atlantische tropische lucht: warme, vochtige lucht uit ZW, vaak bewolkt.
- Afrikaanse tropische lucht: droge, warme lucht uit het zuiden, soms stof in de lucht.
- Continentale tropische lucht: droge, warme lucht uit O/ZO, helder weer met onweersrisico.
Wolkenvorming
Wanneer warme lucht opstijgt en afkoelt, ontstaan waterdruppeltjes: wolken. Wolken worden onderverdeeld naar hoogte en vorm:
Hoge bewolking
- Cirrus: ijle windveren, teken van naderend slecht weer.
- Cirrostratus: sluierbewolking.
- Cirrocumulus: hoge schapenwolken.
Middelhoge bewolking
- Altostratus: middelhoog sluierachtig.
- Altocumulus: grote schapenwolken.
Lage bewolking
- Stratocumulus: laaghangende lagen.
- Stratus: dichte, lage bewolking.
- Nimbostratus: laaghangende regenwolken.
Stapelwolken (over meerdere hoogtes)
- Cumulus: gewone stapelwolken.
- Cumulonimbus: indrukwekkende regen- en onweerswolken.
Wil jij het weer leren voorspellen en voorbereid zijn op elke weerssituatie op het water? In de volledige vaarbewijs 2 cursus ontdek je nog veel meer waardevolle kennis en praktische tips. Zo ga je altijd goed voorbereid en droog het water op!
Ook in één keer je Vaarbewijs 2 halen? Start nu direct!
Meer lezen?
Veel gestelde vragen
Door de zonnewarmte stijgt lucht op, waardoor er luchtdrukverschillen ontstaan. Deze drukverschillen zorgen voor wind: lucht stroomt van hogedruk naar lagedruk.
1013 hPa (hectopascal)
Een snel dalende luchtdruk is vaak een teken van naderend slecht weer, zoals wind, regen of storm.
Bij een warmtefront schuift warme lucht over koude lucht.
– Zorgt voor motregen en langdurige bewolking
– Op weerkaarten: rode lijn met halve rondjes
Bij een koufront duwt koude lucht de warme lucht omhoog.
– Zorgt voor felle buien, soms stormachtig weer
– Op weerkaarten: blauwe lijn met driehoekjes
Warme lucht stijgt op, koelt af en vormt waterdruppeltjes → dit leidt tot wolkenvorming.
Cirrus: dunne windveren, teken van naderend slecht weer
Cirrostratus: sluierbewolking
Cirrocumulus: hoge schapenwolken
Altostratus: sluierachtig, grijs
Altocumulus: grote schapenwolken
Stratocumulus: laaghangende wolkenlagen
Stratus: dichte, egale bewolking
Nimbostratus: lage regenwolken
Cumulus: gewone stapelwolken
Cumulonimbus: grote, hoge wolken die regen en onweer brengen